Bij het rooien van de palmen en de verhalen die daarover de ronde doen

Another memo-recording plus transcription (in Dutch),  made during his time at the Hortus Botanicus in Amsterdam: The felling of the palms and the stories that circulate about it. The tape is dated in pencil "mei 1982".

Zoals de planters zich tot de houthakkers verhouden.
De palmen hebben zwaar op onze schouders gedrukt. Als idee van hout, maar meer als idee op zich. Steeds als in onze gesprekken een stilte viel waren het de palmen die onze gedachten innamen.

We hebben de liefde van planters en houthakkers hoog zitten. Daar gaan we in de tabellen niet graag aan voorbij. We weten dat we in kaart brengen waar anderen hun argumenten aan ontlenen.
Zoals de kaart zich tot de argumenten verhoudt.

Een planter zegt het volgende: het opvallende gebrek aan gelijkenis tussen een vader en zijn zoon, bij de gesprekken waarin het nodig is de moeder te verwijten wat de vader heeft veroorzaakt en omgekeerd dit ook de vader te verwijten.
Een houthakker beweert hetzelfde gezegd te hebben.

Ach, de palmen als discussiestuk.
Zonder het te zeggen waar laten zijn
aan het eind van een redenering, na al die kasten en laden met honderden variaties op een minuscuul insect, een bloeiwijze en een plantensoort die in zichzelf een eigen orde vertegenwoordigt.
Een plant als fictie bijna nu we niets van de plant weten
al weten we altijd in het weinige ook over de plant  een uitspraak te doen.

Zo hebben we al vaker veel over de planters en de houthakkers prijsgegeven
zonder het evenwicht te willen vernielen.
We hadden nooit gedacht over planters en houthakkers te moeten beginnen maar we zochten een onderwerp dat ons kon redden.

Later dachten we dat we ook hadden kunnen zeggen dat we toeristen waren
en alle houdingen uitbeelden die voor toeristen pleitten.
We hadden zelfs kaarten kunnen schrijven aan familieleden en hun antwoord als bewijs kunnen overhandigen.

Wat ons redde was de drukte bij de grens en een vrachtwagen vol sportkleding waaraan de republiek al jaren gebrek had.

Jullie zijn altijd welkom op zondag, zeiden wij. We rusten dan en mijden ieder contact met planters en houthakkers.
Een opluchting die we bijna uitbundig deelden.
Zoals de glimlach zich tot de buikpijn verhoudt.